Brein en voeding
Bijgewerkt: november 2025De belangrijkste functie van voeding is het leveren van essentiële voedingsstoffen. Zodra we eten, worden deze stoffen afgebroken en gebruikt om onze lichaamsfuncties te ondersteunen. Het menselijk brein is geëvolueerd om efficiënt met energie om te gaan. Wanneer er verschillende voedingsopties beschikbaar zijn, geeft het brein van nature de voorkeur aan de optie met de hoogste voedingswaarde.
Dit zien we bijvoorbeeld terug in honger. Wanneer de maag aangeeft dat deze leeg is, stijgt het hormoon ghreline en krijgen we een duidelijke drive om te eten. Als we buitenshuis kiezen wat we gaan eten, wordt die keuze beïnvloed door een complex samenspel van factoren: eerdere ervaringen, voorkeuren, gemak, afstand, hormonale balans en kennis over voeding. Een terugkerende vraag in dit proces is vaak: welke optie levert mij het meeste op?
Het brein hecht vooral waarde aan macronutriënten zoals vet, suiker en zout, omdat deze stoffen de afgifte van dopamine stimuleren. Dopamine speelt een belangrijke rol in gewoontevorming en geeft ons een prettig gevoel wanneer het vrijkomt. Fastfood, rijk aan vet, suiker en zout, kan daardoor een sterke aantrekkingskracht hebben en onze eetgewoontes onbewust sturen.
Toch valt de keuze niet altijd automatisch op fastfood. Ook kennis en bewustzijn spelen een rol. Als we bijvoorbeeld weten dat we al een tijd geen vis hebben gegeten en begrijpen hoe belangrijk omega-3-vetzuren zijn voor hersenfunctie, kan een optie zoals een pokébowl aantrekkelijker worden. Maar ook deze ‘gezonde keuze’ is vaak een onbewuste afweging, gebaseerd op eerdere ervaringen, aangeleerde informatie, hormonale signalen, omgeving en genetische aanleg.
Ons brein is dus sterk beïnvloedbaar, maar met voldoende kennis en bewustwording kunnen we gezondere keuzes maken. In de praktijk kiezen we vaak voor voeding die makkelijk verkrijgbaar is en rijk aan smaak en calorieën. Dat verklaart ook de enorme aantrekkingskracht en groei van de fastfoodindustrie, inmiddels een miljardenmarkt.